Het is bloedheet.
2 Juli 2025.
Je kunt weinig doen, wat bankhangen en het noodzakelijke terwijl de airco op volle toeren draait.
Dat zijn van die momenten dat mijn hoofd ook op volle toeren draait. Mijn lijf compenseert dat men totale afwezigheid.
Je denkt aan van alles, ik in ieder geval, en plots blijven je gedachten hangen bij Oeteldonk.
Er zou misschien een jubileumuitgave komen van Oeteldonkse verhalen en gebeurtenissen die je hebt meegemaakt.
Zal ik ook iets insturen?
Er staat een megagroot glas water voor me en ik ga terug naar zo’n 32 jaar Oeteldonk waar ik deel van mocht uit maken.
Of er iets leuks gebeurd is ?
Nou, ik dacht het wel.
Daar alleen al kan ik een boek over schrijven. Het blijft bij onderstaand verhaal.
Boven dit verhaal staat: Een Maorinètnie op een Oeteldonkse slaapkamer.
Dat was toevallig mijn slaapkamer.
Wanneer dit fenomeen plaatsvond is me niet meer bijgebleven, ik kan alleen gokken op 2002.
Hoe dat zo gekomen is?
Tja,het was een van de talloze situaties en onderdelen van grandioze Oeteldonkse avonturen door de jaren heen
Vanaf 1993 ongeveer ben ik lid geweest van het Ministerie van Pers,
Publiciteit en Communicatie oftewel PPC.
Tot ongeveer een vijf jaar geleden.
Als ik terugdenk aan die tijd, krijg ik een gevoel van heimwee, een volle kop met herinneringen,een gloeiend hart, buikpijn van het lachen, een dierbaar gevoel van vriendschappen maar ook een traan.
Diverse van die vrienden heb ik verloren, zij verruilden Oeteldonk voor de hemel waar ze tussen rood wit gele vlaggetjes naar beneden gluren.
Die traan blijft ook op mijn wang plakken omdat ik min of meer noodgedwongen afscheid moest nemen van die prachtige tijd
Maar dat is het voordeel van herinneringen: die blijven.
Zoals zovele vrijwilligers hebben we ons toen een slag in de rondte gewerkt.
Eindeloze vergaderingen en brainstorm avonden, lamme hand van het notuleren ((toen nog zonder laptop) en gedachten van - dit idee kan gewoon niet!
Maar hé…het kon pas niet als het ook echt niet kon!
Wat hebben we al die tijd gedaan?
Een Carnavalsprogramma vormgeven,de presentatie daarvan in een uniek jasje stoppen, redactievergaderingen van Blurb, radio en TV Kiepevel, met de intocht meelopen, optocht programma samenstellen, webcams plaatsen, en ……ik vergeet vast nog veel meer.
Op de zaterdag voor Carnaval organiseerden we Boergondiez Oeteldonk.
Min of meer als tegenhanger van Bourgondisch Den Bosch.
Diverse fantastische horecagelegenheden kwamen bij ons in de tent met heerlijke hapjes. Ieder hun eigen tafel en eigen presentatie. De mensen stonden in rijen voor de deur en de tent was ramvol. Toegang gratis, ook al die lekkere zaken die de Oeteldonkse horeca aanbood.
Fantastisch.
De crème van de crème van de Oeteldonkse artiesten kwam langs.
We deden zelf de presentatie en natuurlijk moesten we zelf onze artiesten regelen.
Het was de editie van Boergondiez Oeteldonk, na het beroemde Kwekfestijn van de Maorinètnie die met hun weergaloze KIEL, de tent op z’n kop zette.
Hun presentatie was geweldig, evenals de attributen die ze meenamen.
Onze keus viel dus op de Maorinètnie.
We kregen goed nieuws. Ze zouden komen maar ze moesten zich wel ergens kunnen omkleden zonder veel pottenkijkers.
Nu was ons huis toch al in die tijd een soort van Oeteldonks clubhuis en opslagruimte, dus we kwamen al snel op dat eerste huis in de Triniteitstraat uit.
Aldus geschiedde.
In alle hoeken stonden, na veel gehannes, Maori’s klaar om met woeste geluiden de straat op te gaan.
Dat hele indrukwekkende zooitje ongeregeld, verzamelde zich in onze straat.
Iedereen was bij het betreden van onze drempel, in hun rol.
Roffelende trommels en veel geschreeuw!
Ik had telefonisch contact met de tent en toen het sein op groen stond, stampte de Maorinètnie richting Parade terwijl ze woest schreeuwden: KIEL!
Zelfs de stadsbus bleef stomverbaasd dat kleine stukje naar de Parade achter ze hangen.
Succes verzekerd.
De hele tent schreeuwde: “Witte gij waor iedereen over praot. Ge ziet hillemaol geen blauw meer op straat. Stofjas stofjas, wè nou ‘n stofjas, gij met oew stofjas, vat nou ‘n kiel.”
Na dit optreden en veel lol, moest het weer richting ons huis.
Ik sjouwde natuurlijk mee en genoot van de ontlading van al die Maorinètnie’s.
In de huiskamer, keuken, toilet en slaapkamer veranderden de Maori’s weer in echte Oeteldonkers. Ze namen hun spullen mee en als ons huis een gezicht had gehad, stond het nu nog met open mond en grote ogen te kijken.
Ik liet de boel de boel na afloop, sloot mijn deur en ging weer naar de tent op de Parade.
Terwijl ik de Triniteitstraat uitliep, schoot het ineens door mijn hoofd:
“Zou ik nou het enige Oeteldonkse durske zijn, dat een Maori op haar slaapkamer heeft gehad?”
Eigenlijk vraag ik me dat nu nog af.
Ik zou dat hele stelletje nog wel eens willen zien.
Zij waren een onderdeel van prachtige mooie momenten uit al mijn Oeteldonkse jaren.
Mochten ze nog een keer Oeteldonk willen aandoen, dan stuiten we op een probleem.
We zijn verhuisd.
Dan moeten ze naar de Zuidwal komen.
Ook welkom maar dan moet ik wel mijn mede bewoners van ons complex waarschuwen.
Je zult zo’n stel maar tegenkomen in de lift!